Zoeken Print Rss nieuws feed Deel

 1. De leefgroep

Zowel in de Betsberg als in de Kerhoek kunnen een 8-tal jongens terecht in de leefgroep. Daar wordt voorzien in een basisleefklimaat, waarin zorg en begeleiding pijlers zijn, naast een structuuraanbod dat voor houvast en duidelijkheid zorgt.

Het in een groep, in een samenlevingsverband terechtkomen schept meteen een heleboel mogelijkheden. Het mogen/moeten samenleven met anderen is niet enkel een werkwoord, maar het is een kans om te sleutelen aan sociale vaardigheden. Het gevoel "iemand te zijn en iets te betekenen" hangt nauw samen met het besef dat anderen jou de moeite waard vinden. Wij proberen hier steevast aandacht voor te hebben. Het is overigens zo dat pas als je het idee hebt iemand te zijn, dat je je actief op de toekomst kunt richten.

We besteden heel wat aandacht aan het leefklimaat en de dynamiek van de leefgroep, maar evengoed aan een aangename leefruimte. Heel wat aandacht gaat uit naar de alledaagse aspecten van het groepsleven: een vast leefritme met duidelijke afspraken en regels. De bewoners helpen mee met de huishoudelijke taken. Hiervoor wordt er appèl gedaan op de medeverantwoordelijkheid van de jongere. Naarmate jongeren ouder worden krijgen ze andere en ruimere mogelijkheden. Dit alles kadert binnen een uitgesproken communicatief klimaat, met ruime inspraak- en participatiemogelijkheden. Ons huisreglement wil hierbij een hedendaags houvast bieden. Het gaat om een éénduidig geheel van regels die de consequenties schetsen van regelvolgend en regelovertredend gedrag. De bereidheid tot aanpassing van de jongere en het willen nemen van verantwoordelijkheid zijn bouwstenen voor een vruchtbare samen-werking.

Voorts is er aandacht voor een actieve en hedendaagse vrijetijdsinvulling, voor school- of werkondersteuning, en voor sociale vaardigheidstraining, formeel en informeel. Tegemoetkomend aan de specifieke noden van de bewoner of aan de nood-wendigheid van zijn situatie kan - in overleg met de betrokken partijen - de zelfstandigheidstraining een verder doorgedreven vorm aannemen.

We beschouwen de geplaatste jongeren consequent als mensen met een eigen aard, een eigen achtergrond en een eigen problematiek. Vandaar worden - naast de aanpak in groepsverband - de bewoners ook sterk individueel benaderd als mensen met een eigen geaardheid en een eigen problematiek. Samen met de jongere proberen we de aangekaarte problemen en spanningen in kaart te brengen, te omschrijven en de betekenis ervan te achterhalen. Als begeleiders proberen we verder te kijken dan het zichtbare en op zoek te gaan naar de wezenlijke hulpvraag. Dit alles resulteert in een handelingsplan dat - zoveel als maar kan - gedeeld wordt met alle betrokkenen.

Daarbij werken we met een systeem van individuele begeleiding, waarin de professionele hulpverleningsrelatie tussen de jongere en de begeleid(st)er een centrale plaats inneemt. Het wekelijks teamoverleg, de regelmatige intervisies, de dagelijkse toetsing van het begeleidingsproces met hoofdbegeleider en bijzondere functie, regelmatige evaluatie-momenten met de verwijzer en het doelbewust hanteren van het handelingsplan dat ook in samenspraak met de jongere zelf bijgestuurd wordt, zijn de voornaamste feedback-mogelijkheden voor deze individuele begeleiding.

Bij een residentiële plaatsing formuleren wij niettemin ook zelf een serie bedenkingen. In sommige situaties zien we de meer traditionele werkvormen eenvoudigweg falen. De plaatsing gaat vaak gepaard met een brok onzekerheid, schrik, ontgoocheling of verdriet. Als de jongere weggehaald wordt uit zijn gezin verliest hij er mogelijks een eigen plaats. Het is meteen ook de zoveelste breuk in zijn leven. We merken dat steeds meer jongeren het overzicht op hun eigen – vaak reeds “gebroken” - context kwijtraken en zich (mede) daardoor ontworteld voelen. Een residentiële plaatsing voegt hier nog een extra stigmatiserende breuk aan toe. Hij wordt losgerukt van zijn vrienden, van zijn buurt, van zijn familie. Een plaatsing krijgt meteen ook betekenis in de ogen van “(ver)oordelende” derden. Vaak is het moeilijk een plausibele uitleg te vinden. Hoe dit te “verkopen” aan je vrienden, aan de familie…

Tegelijk en precies daardoor wordt de residentiële opdracht binnen een 1bis-voorziening nog moeilijker. De wederzijdse beïnvloedingen zijn in een leefgroep niet altijd constructief. Jongeren wijzen een opgedrongen plaatsing af, weigeren zich aan te passen en reageren frustraties af op de voorziening en op de mensen die er werken of verblijven. De problemen lijken soms nog complexer en uitzichtlozer te worden en we krijgen steeds minder greep op deze complexiteit.

Ook het gevoel dat maatschappelijke uitsluitingstendenzen harder worden, speelt ons parten. De samenleving heeft steeds meer last met het evenwicht tussen verdraagzaamheid, solidariteit en medemenselijkheid enerzijds en zelfbescherming, egotripperij, normering vanuit het recht van de sterkste en regelneverij anderzijds. Het opgeklopte onveiligheidsgevoel (of is het mythe?) zoekt hardnekkig in lineair-causale denkmodellen naar schuld, oorzaak, vergelding. De zwaksten worden zeer vaak met de vinger gewezen. En onze jongeren, ouders, gezinnen en contexten horen heel vaak tot die zwakkere groep.

Deel 1 | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4 | Deel 5 | Deel 6
 

 

 
 
 
 
 
 
Webdesign Dynamic Arts (Gent, Oost-Vlaanderen)