5. De projectwerking
Het gebeurt dat we te maken krijgen met jongeren die emotioneel geblokkeerd zijn, die stuurloos zijn, die elk invloedsbesef, alle vertrouwen en alle perspectief verloren zijn. Jongeren die alleen nog leven in het hier en nu, en nog alleen nog uit zijn op sensaties en kortstondig plezier. Dan proberen wij – ook in de moeilijkste situaties alsnog een deblokkering te verwezenlijken via een zeer persoonlijk gerichte en in bedoeling altijd verbindende alternatieve begeleidingsfase: een project.
Het betreft vaak een meerdaagse activiteit of verblijf buiten de voorziening: confronterend of rustgevend, zoekend naar nieuwe impulsen, herbronnend of blikverruimend (afhankelijk van aanleiding of situatie): soms met klokvaste terugkoppeling met de vaste begeleiding, soms helemaal los daarvan en tussen onbekende mensen, soms met constante aanwezigheid van een projectbegeleider, soms met alleen nabijheid op cruciale momenten.
Belangrijk bij projectwerking is de scheiding met de gewone gang van zaken in de voorziening. Er is enerzijds het ruimtelijk aspect: een project situeert zich “ergens” buiten (en soms ver van) de residentie. Er is ook de niet aan de residentie gebonden figuur van de projectleider. Die mag dan wel een essentiële schakel zijn in het totaalaanbod van de voorziening, hij maakt in wezen geen deel uit van het begeleidingsteam, is zelden in de voorziening tenzij bij de opstart of afronding van een project, heeft nauwelijks weet van interne reglementen of gewoontes.
Bedoeling is vaak een ontmoeting te realiseren met een niet (ver)oordelende “buitenstaander”, een steunfiguur die als blik-opener kan fungeren, die dingen kan proberen herformuleren of dedramatiseren. De jongere kan even afstand nemen van de dagelijkse situatie, en kan daardoor de dingen anders bekijken. In sommige gevallen kan dit vanuit een situatie waar hij niet meteen moet voldoen aan een serie verwachtingen die vanuit de buitenwereld op hem afkomen. In andere gevallen is precies het anders leren omgaan met dergelijke verwachtingen de bedoeling (werkproject). Hoe dan ook wordt de jongere telkens aangesproken op een brok (gedeelde) verantwoordelijkheid, en krijgt hij de kans om succeservaringen op te doen. Bovendien kan hij ervaren dat hijzelf invloed kan uitoefenen op zijn eigen situatie. Dat zowel jongere als vaste begeleiding tijdens een project een adempauze krijgen, dat de problematiek vanuit een heel andere (soms wars van de gewone professionele methodieken) benadering en in een heel ander (soms totaal vreemd aan de leefwereld tot dan toe) kader kan benaderd worden, dat pijnpunten zonder gedeelde pijnlijke voorgeschiedenis kunnen aangeraakt worden, kunnen eerste aanzetten zijn tot verandering Vanuit de ontmoeting met de projectbegeleider of een gastgezin ergens ten velde (niet gefocust op de “klassieke” hulpverlening) kan de jongere leren (positief) reflecteren en herformuleren. Losgemaakt van de sectoreigen structuren kan een jongere tegelijk voelen en ervaren dat een aantal van zijn figuurlijke gevechten slechts windmolens als tegenstanders hebben.
De nauwkeurige aanpassing van de verblijfs- en werkvorm en de mate van koppeling aan de “gewone” maatschappelijke vereisten kunnen dan weer de blikopeners zijn die de figuurlijke deuren naar het ervaringsleren openen. Het zelf en op eigen tempo ervaren, geconfronteerd worden met - en plaatsen/kaderen van niet evidente zaken, soms louter vraaggestuurd of quasi-achteloos of integendeel zeer taakgericht begeleid door de projectbegeleider, is vaak een verrassend goed tegengif voor het kloppende ritme van een gewone begeleiding of leersituatie.
Projectwerking is een methodiek die nog in volle ontwikkeling is. Experimenten met jongeren en mensen uit de context samen wijzen op nog veel onverkende positieve mogelijkheden.
De ervaring leert voorlopig dat de zinvolheid voor de individuele betekenisverlening voor de jongere start bij de voorbereiding van een project. Zonder of met onvoldoende duiding ligt de link naar het aanvoelen als sanctie of breuk immers heel dichtbij. Verder bepaalt de breedte van het aanbod van projectplaatsen voor een flink deel de mogelijkheid tot werk-op-maat en bijgevolg tot slaagkans van de poging om de communicatie weer op gang te krijgen. De zingeving krijgt een sluitstuk bij de mogelijkheid om de opgedane ervaringen te binden aan het “gewone” leven na het project. Ook dit houdt een substantiële investering van tijd en energie in, zowel van de projectbegeleider als van de “gewone” begeleiding.
De jongere een spiegel voorhouden waarin iets constructiefs van zichzelf te zien is, heeft overigens ook vaak een identiteitsversterkend effect. Vaak gaat het om bevorderen van (zelf)reflectie bij de jongere. Of de jongere wordt geconfronteerd met verschillen (een herderskamertje is minder comfortabel dan het bed thuis), en leert contextgericht denken. Een boer op leeftijd bv. kijkt anders tegen het leven aan… werkt door zijn manier van zijn reeds bevragend.
Ook de projectwerking kan niet garant staan voor het “lukken” van een begeleiding. Ze kan jongeren én hun context wel leren dat er ook in onvermoede hoeken en situaties kansen liggen om zichzelf in het net van verbindingen terug te vinden. Ze kan professionele werkers ook leren dat het veld van creatieve beïnvloeding en begeleiding breder is dan zomaar te zien is. Ze kan de voorziening een methodiek dichterbij brengen bij haar ultieme doelstelling: krachtbron zijn voor jongeren en hun context.
Deel 1 | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4 | Deel 5 | Deel 6